Symposium 'Landschap van iedereen:
voorbij de grens tussen landbouw en natuur'
Woensdag 5 november 2025 - dorpshuis de Slenk (de Horst)
Op 5 november kwamen ruim honderd betrokkenen samen in buurthuis De Slenk voor het symposium ‘Landschap voor Iedereen’. Het was een inspirerende middag waarin boeren, onderzoekers, beleidsmakers en inwoners terugblikten op 25 jaar samenwerking en spraken over de toekomst van biodiversiteit en landschap in de regio Ooijpolder-Groesbeek en de Groene Mantel rondom Nijmegen.
Introductie door dagvoorzitter Noelle Aarts
Dagvoorzitter Noelle Aarts opende het symposium met een warm welkom en benadrukte de kracht van samenwerking in het gebied. Ze schetste hoe divers de groep aanwezigen was: boeren, onderzoekers, beleidsmakers en inwoners. Ook stond ze stil bij de jubilea van De Ploegdriever, Via Natura en het Living Lab. Haar boodschap: trots op wat bereikt is en samen verder bouwen aan een groen-blauwe dooradering van het landschap.
Interview met Tiny Wigman en Arno van der Kruis
In het gesprek met Tiny Wigman en Arno van der Kruis kwam de rijke geschiedenis van samenwerking in de regio naar voren. Tiny vertelde hoe Via Natura in 2005 ontstond als landschapsfonds en hoe zij bruggen bouwde tussen boeren, burgers en natuurbeschermers. Arno blikte terug op de oprichting van De Ploegdriever en de rol van lange termijncontracten en vertrouwen. Beiden benadrukten dat maatwerk en een aantrekkelijk verdienmodel cruciaal zijn voor biodiversiteitsherstel.
Resultaten Living Lab – Hans de Kroon en Huub Ploegmakers
Daarna presenteerden Hans de Kroon en Huub Ploegmakers de belangrijkste bevindingen uit vijf jaar onderzoek in het Living Lab Ooijpolder-Groesbeek. Hun verhaal liet zien hoe samenwerking tussen boeren, onderzoekers, natuurorganisaties en beleidsmakers heeft geleid tot tastbare resultaten voor biodiversiteitsherstel.
Waarom Living Labs? Biodiversiteit staat onder druk – zelfs binnen natuurgebieden. Bescherming en goed beheer van natuurgebieden alleen is niet genoeg; samenwerking in het hele landschap is cruciaal. Daarom werd het onderzoeksprogramma Living Labs voor Biodiversiteitsherstel opgezet, waarin Ooijpolder-Groesbeek een van de drie proeftuinen werd.
Ooijpolder-Groesbeek werd gekozen omdat er een samenhangend netwerk van hagen, struwelen, bloemrijke randen en poelen is gerealiseerd. Het idee was dat dit groenblauwe netwerk de biodiversiteit zou versterken én het landschap aantrekkelijk zou maken voor wandelaars. In het living lab is onderzocht in hoeverre dit ook zo is. Daarnaast zijn praktijkexperimenten uitgevoerd met kruidenrijk grasland en bloemrijke akkerranden, samen met bijna twintig boeren.
Belangrijkste resultaten: perceelranden met hagen herbergen meer dan twee keer zoveel insecten als randen zonder natuurlijke elementen. Ook stimuleert extensiever graslandbeheer het bodemleven, wat positief is voor gewasopbrengst en kwaliteit. De sleutel tot succes? Vertrouwen tussen partijen, langjarige contracten en een aantrekkelijk verdienmodel voor boeren.
Zie hier voor een uitgebreider verslag van de resultaten en hier voor de presentatie
Workshops
Tijdens het symposium gingen deelnemers uiteen in vier workshops, georganiseerd door onderzoekers en praktijkexperts uit het Living Lab en partnerorganisaties zoals Via Natura, De Ploegdriever en het Louis Bolk Instituut. Hieronder de belangrijkste inzichten, klik hier voor het uitgebreidere verslag en de presentaties.
Workshop 1: Boeren met natuur – voorwaarden en kansen: continuïteit is cruciaal: langjarige contracten, duidelijke visie en voldoende financiële compensatie. Naast overheidssubsidies kwamen alternatieve modellen aan bod, zoals grondarrangementen, private financiering en korte ketens. Conclusie: een aantrekkelijk verdienmodel en maatwerk zijn onmisbaar.
Workshop 2: De bodem onder ons bestaan: extensief graslandbeheer stimuleert bodemleven, maar omschakeling vraagt tijd en een nieuw verdienmodel gericht op kwaliteit en duurzaamheid. Belangrijk zijn kennisdeling, benutten van boerenervaring en consistent beleid. Ook bewustwording bij consumenten en aanpassing van landbouwonderwijs kwamen naar voren als randvoorwaarden.
Workshop 3: Landschapselementen in een boerenpraktijk: de groenblauwe dooradering werkt! Hagen, knotbomen en kruidenstroken bieden voedsel en schuilplaatsen voor insecten. Voor versterking is variatie en jaarronde bloei nodig, gecombineerd met goed ecologisch beheer. Hindernissen zijn onder meer gebruik van herbiciden, vermesting en klimaatverandering.
Workshop 4: Natuurlijk samenwerken: samenwerking in de regio draait om bruggenbouwers en verbindende structuren, zoals Via Natura. Zij brengen partijen bij elkaar en stimuleren beweging. Knelpunten zijn de kloof tussen burgers en voedselproductie, het ontbreken van schakels naar supermarkten en vooral ook het gebrek aan politieke wil. Oplossingen liggen in natuureducatie, toerisme, het direct betrekken van burgers bij voedselproductie middels initiatieven zoals het Land van Ons en Herenboeren, het zichtbaar maken van successen en een voortdurende lobby richting lokale, regionale en landelijke politiek.
Trailer film ‘Grensgebied’
Na de pauze werd de trailer van de film ‘Grensgebied’ van Rik van der Linden getoond. Henk-Jan Kooij leidde de film in en vertelde dat deze documentaire de inspanningen voor natuur- en landschapsherstel in beeld brengt. De film wordt verwacht in het voorjaar van 2026, en wie nog medemogelijkmaker wil worden kan zich aanmelden via die website www.vierhetlandschap.nl/film. Hier is ook de trailer te zien.
Panelgesprek – Hoe nu verder?
Onder leiding van Noelle Aarts vond een levendig panelgesprek plaats waarin de toekomst van biodiversiteitsherstel centraal stond. Het panel bestond uit: Erik Weijers (wethouder gemeente Berg en Dal), William Nillessen (melkveehouder), Nick van Eekeren (onderzoeker Louis Bolk Instituut), Karina Hendriks (coördinator De Ploegdriever), Howard Koster (regeneratieve boer, De Biesterhof) en Hendrik Hoeksema (ZLTO).
De discussie ging over het voortzetten van initiatieven en het opschalen van succesvolle maatregelen. Belangrijke thema’s waren continuïteit, financiële zekerheid en kennisdeling. Panelleden benadrukten dat langjarige contracten en een aantrekkelijk verdienmodel voor boeren cruciaal zijn om biodiversiteitsherstel structureel te verankeren.
Karina Hendriks wees op het belang van het slechten van grenzen tussen natuur en landbouw: ‘We moeten af van het denken in tegenstellingen. Het landschap vraagt om integratie, niet om scheiding.’ Dit idee werd breed gedeeld: samenwerking tussen boeren, natuurorganisaties en burgers is de sleutel tot succes.
Nick van Eekeren benadrukte dat leren van praktijkervaringen en het creëren van een veilige experimenteerruimte voor boeren essentieel is. Howard Koster voegde toe dat regeneratieve landbouw niet alleen ecologische winst oplevert, maar ook sociale verbinding in de regio versterkt.
Erik Weijers gaf aan dat de inzichten uit het symposium waardevol zijn voor het komende gebiedsproces en het nieuwe landschapsontwikkelingsprogramma van de gemeente. Hendrik Hoeksema bracht in dat een belangrijke volgende stap zou moeten zijn het erkennen door banken en andere partijen van de financiële meerwaarde van natuur- en landschapsdiensten.
De zaal werd actief betrokken, met vragen over financiering, samenwerking met supermarkten en het betrekken van burgers. De rode draad: biodiversiteitsherstel vraagt om maatwerk, lange adem en het verbinden van verschillende ritmes – van beleid, praktijk en natuur.
Column van Ton Duffhues
Ton Duffhues – voorzitter van Via Natura – sloot het symposium af met een prikkelende column waarin hij het landschap van Berg en Dal beschreef als een dynamisch samenspel van natuur en cultuur. Hij nam de zaal mee in persoonlijke herinneringen, filosofische reflecties en verhalen over boeren en natuurbeschermers. Met humor schetste hij hoe verschillende ritmes – van boeren, natuurorganisaties en beleid – soms botsen, maar ook samen kunnen klinken: ‘Bij dit feestje hoort swingen. Samen dansen zonder op elkaars tenen te staan. Ik hoor nu de ritme en blues van Berg en Dal: een tikkie melancholie gecombineerd met een repeterend cyclisch ritme en een functionele beat.’ De column benadrukte het belang van samenwerking, geduld en nieuwsgierigheid om tot een herkenbare ‘sound’ voor het landschap te komen.
Lees hier de volledige column
Aanbieding van brochure Living Lab
(de brochure is hier te downloaden)
Het symposium werd afgesloten met een feestelijk moment: het aanbieden van de brochure, gemaakt door Luc Dinnissen, waarin de lessen en inzichten uit vijf jaar samenwerking in het Living Lab en de regio Ooijpolder-Groesbeek zijn samengevat. Hans de Kroon overhandigde het eerste exemplaar aan Harold Zoet, gedeputeerde van de provincie Gelderland, verantwoordelijk voor Landbouw, Natuur en een vitaal landelijk gebied. Huub Ploegmakers gaf exemplaren aan de aanwezige wethouders van de Groene Mantel.
In zijn reactie benadrukte Harold Zoet hoe waardevol het landschap is voor Gelderland en hoe belangrijk het is om dat te behouden en te versterken. Hij prees de samenwerking in het gebied, waarin boeren, beleidsmakers, ecologen en landschapsbeheerders elkaar hebben gevonden. Volgens Zoet is het succes te danken aan wederzijds respect en het bundelen van krachten. Hij wees erop dat de inspanningen hebben geleid tot een netwerk van landschapselementen en dat langjarige zekerheid voor boeren om agrarisch natuurbeheer uit te voeren een cruciale pijler is. Dit is niet alleen goed voor biodiversiteit, maar ook voor het landschap én voor de boer.
Zoet noemde de brochure een mooi voorbeeld van hoe samenwerking in de praktijk werkt en hoe gezamenlijke inspanningen bijdragen aan een vitaal en aantrekkelijk landschap. Het document vormt een belangrijke basis voor het vervolg van het gebiedsproces de Groene Mantel. Na dit officiële moment werd het symposium afgesloten met een borrel, waarbij deelnemers de gelegenheid hadden om verder te praten over de toekomst van het gebied.
Afsluitende borrel
De afsluitende borrel was een feest van lokale smaken, verzorgd door Land van Honing, die met veel zorg een lokale proeverij samenstelde. De hapjes en drankjes kwamen van een reeks regionale leveranciers:
Het Ketelbos (Groesbeek), Biesterhof (Millingen), Zuivelboerderij Groenhouten (Leuth), Groentenhof Poelen (Groesbeek), De Klispoel (Beek), Graan van Hier (Ooij e.o.), Ooijs Moois (Ooij), Bellefleur Boomgaardbeheer (Beek), Wijngaard De Holdeurn (Berg en Dal), Wijngaard De Plack (De Horst).
Met deze streekproducten werd niet alleen het symposium feestelijk afgesloten, maar ook het belang van lokale samenwerking en korte ketens onderstreept.
